Enno de Witt (Leiden,1960) groeide op in Noordwijk aan Zee, op de grens van land en water, tussen een verzameling oude atlassen en reisboeken. Ging in zijn geboortejaar voor het eerst de grens over, bij Spijk, aan boord van de Rijnkruiser Medusa. Wandelde in 1971 in de regen naar België, bij de grensovergang Poppelsedijk. Stak nogmaals de Belgische grens over in eindexamenjaar 1980, op weg naar de haven van Oostende en naar Londen. Zwerftocht langs opleidingen en woonplaatsen in Nederland. Huwde een vrouw uit de oostelijke grensstreek, waar het bijna Duitsland is en de mensen een mengtaal spreken van Duits en Nederlands. Baande zich na de geboorte van tweelingdochters in 1997 met behulp van een kapmes een weg door het dichte oerwoud op de grens tussen Enschede en Gronau. Verdiende zijn brood al die jaren met het schrijven van boeken en artikelen, en droomde in zijn vrije tijd van verre landen. Stak de grens over bij Nordhorn, bij Maastricht, bij Nieuweschans, Winterswijk, Groesbeek, Vaals, Venlo, Vlissingen. Meest memorabele grenservaring in 1977, op weg naar Kalkar, in de Duitse Herfst, waar de zwaarbewapende Bundesgrenzschutz de bus met linkse Leidse actievoerders urenlang onder schot en staande hield. Schreef in 2012 het boek De Grens, dat in het voorjaar van 2013 verscheen bij uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep, waarop productiebedrijf De Familie een serie baseerde, gepresenteerd door Tommy Wieringa, uitgezonden door de VPRO. Woont en werkt ver van de grens, in Deventer.

Op weg naar de grens